maandag 16 april 2018

De vlag en de buren



Elk jaar als naast het stadhuis de vlag van de Royal Canadian Dragoons gehesen wordt kom ik er meneer S. tegen.

Ook vanmorgen was hij er weer, met zijn vrouw. Hij had me vorige week gemaild om te vragen hoe laat het was, want dat was nergens te vinden. Normaal is het op 15 april, maar omdat dat een zondag is, is het dit jaar doorgeschoven naar 16 april.

Er was een schoolklas bij van de Kinderkoepel. Burgemeester Ferd Crone vertelde hoe jonge mannen uit Canada, Engeland en andere landen hier zomaar naartoe zijn gekomen om ons te helpen, en dat ze daarbij soms zelf om het leven zijn gekomen.

,,Zouden jullie dat ook doen, om je buurman te helpen?'', vroeg Crone.

,,Niet voor onze buren'', zei een bijdehant knaapje.

Ook Gerrit Fokkema was er (bruin jasje op de foto), die als jongen in 1944 uit de Leeuwarder gevangenis is bevrijd. Je kon horen dat hij gewend is om aan schoolkinderen te vertellen. Hij had de bevrijding van Leeuwarden zelf niet meegemaakt, vertelde hij, want hij zat onder een schuilnaam ondergedoken in Blija. Zijn vriendin kwam hem de volgende dag op de fiets halen.

Daarna werd de vlag gehesen, was er een kort applausje en dat was de ceremonie. De klas ging weg en Crone liep het stadhuis weer in.

,,Als ik hier ben zie ik ze gewoon de stad weer binnenrijden'', zei meneer S. ,,Een fijne dag nog.'' Gearmd met zijn vrouw liep hij weg.

,,Tot volgend jaar'',  riep ik ze na.


zaterdag 14 april 2018

Zwemmen in een massagraf



Schrijver Ilja Leonard Pfeiffer, in een indrukwekkende haren jas, onthulde vrijdag een poëziesteen in het plaveisel van de Blokhuispoort. Schumi was erbij, bekijk de foto uit de krant maar. Al lette hij niet bijzonder goed op toen Pfeiffer zijn sonnet voorlas.

Daarna werd de schrijver geïnterviewd door Geart de Vries. Daar zat de hond ook bij, want zoiets is voor alle zoogdieren leerzaam.

Pfeiffer was een plezierige en welbespraakte gesprekspartner. Hij nam er aanstoot aan dat De Vries hem terloops met Jean-Pierre Rawie vergeleek, verbaast zich over het contrast tussen vluchtelingen op de Middellandse Zee en toeristen die voor een schijntje naar het eiland Lampedusa kunnen vliegen (,,Dan zwem je daar in een massagraf.'') en hij lichtte toe waarom hij niet in het Italiaans dicht (hij woont in Genua) en wel in het Nederlands: ,,In Italië heb je de poëzie niet nodig, die is overal al. In Nederland met zijn rode fietspaden en belastingaangifteformulieren heb je juist poëzie nodig.''

Hij las een gedicht voor over dingen zonder nut, uit Idyllen, met de mooie regel: ,,Want wie verwachting zaait zal tegenvallers oogsten.'' Tenslotte signeerde hij boeken.

Toen ik met Schumi naar buiten liep, stond Pfeiffer daar te roken. Hij keek glimlachend naar het dier.

,,Ik laat hem kennismaken met poëzie'', legde ik uit. Juist toen hief Schumi zijn poot en pieste tegen de muur, vlakbij de schrijver.

,,Hij lijkt er niet erg van onder de indruk te raken'', zei Pfeiffer.


zaterdag 24 maart 2018

Het zuiverste Nederlands

In de nieuwe bibliotheek van Leeuwarden kon je vandaag voor 5 euro boeken laten taxeren door Arie Molendijk uit Rotterdam.

Toen ik er keek stond er een rijtje, maar zo'n gekkenhuis als bij Tussen kunst en kitsch was het er niet. Klaas Arie Beks liet me een oud boekje over Almere zien dat hij in de tas had en hij had ook een uitgave over het IJsselmeer van honderd jaar geleden, vertelde hij, ,,van Lely.'' Hein de Graaff liep er rond, maar die had geen boeken bij zich. ,,Ik heb thuis wel een eerste druk van Slauerhoff'', zei hij trots.

Ik haalde thuis de twee in perkament gebonden boeken op die vroeger bij pake op een tafeltje op de studeerkamer lagen, en tegenwoordig bij mij op de boekenkast liggen.

De ene is de Nederlandsche Histoorien van P. C. Hooft, de andere Rerum Frisicarum Historia van Ubbone Emmio (Ubbo Emmius), de geschiedenis van Friesland dus, uit 1616.

Arie zat net aan de thee met een broodje toen ik aankwam. Hij was aan de praat met Arjen Nijboer van de bibliotheek en sprak Nederlands met een mooi Hollands accent.

,,Mag ik vragen waar u vandaan komt?'', zei ik.

,,Ik ben opgegroeid in de Alblasserwaard, waar het zuiverste Nederlands gesproken wordt'', zei hij met enige trots.

,,Ik dacht dat dat in Noord-Holland werd gesproken.''

,,Nee'', hield Arie vol. ,,En het maakt ook uit aan welke kant van de Alblasserwaard je zit, oost of west. Aan de oostkant is het zuiverst.''

Hij schoof de thee opzij en bekeek beide boeken.

Eerst Hooft. ,,P. C. Hooft, oprichter van de Muiderkring'', zei hij op docerende toon terwijl hij het doorbladerde. ,,Het boek is nat geweest.''

,,Niet toen ik het had'', zei ik.

,,Nee, die vlekken zijn wel honderd jaar oud'', zei hij.

Toen Ubbo Emmius. ,,Hee, in het latijn'', stelde hij vast. Ook dat staat een beetje bol van het vocht, maar minder dan Hooft.

Het was zomaar voorbij. Na afloop boog hij zich naar me toe en vertelde op fluistertoon, alsof we werden afgeluisterd,  dat ze niet heel veel waard zijn, 150 euro per stuk of zo.

Zijn advies: ,,Ik zou ze houden. En er iets zwaars op leggen.''

Ze liggen inmiddels weer op de kast. Ik zoek nog iets zwaars.

woensdag 21 maart 2018

Democratie en koekjes


In Leeuwarden werd niet gestemd, maar je kon wel je mening geven over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Dat is een krakkemikkig wetsvoorstel, zelfs de Raad van State vindt dat het beter moet, dus daar ging ik tegen stemmen. Het helpt waarschijnlijk niks, maar je moet toch iets en bommen gooien is me te gek.


Ik nam Schumi mee, komt die ook eens in het stadhuis. Vandaag was dat omgedoopt tot  stembureau 01 van Leeuwarden.

In de hal (op dat tafeltje links, onder het schilderij) lag een briefje over wat er in een stembureau wel en niet is toegestaan. Over honden stond daar niks op, wel dat je niet met meer dan een persoon in het stemhokje mag.

,,Wat een skatsje'', riep een van de vrouwen van het stembureau, die hem meteen begon te aaien. ,,Dag pop.'' De andere twee bleken de zakken vol hondenkoekjes te hebben.

,,Mag ik met hem het stemhokje in?'', vroeg ik.

,,Wij houden hem wel even vast terwijl je stemt'', zei een van hen gretig. ,,Geef maar aan mij.''

Terwijl ik tegen rood kleurde, stopten zij achter mijn rug de hond vol koekjes. Hij wilde bijna niet meer weg.

Moraal: democratie is feest voor iedereen.

zondag 4 maart 2018

Een gezegende wandeling



Een kleine 150 mensen kwamen zaterdagmiddag in groepjes van dertig bij mij in huis, om te luisteren naar klezmermuziek door Marie Hoogendam en Riemer den Ouden. Zij zong, hij speelde piano en gitaar. Ze komen uit Zwolle en zijn ook buiten de muziek een stel. Hun mini-optreden was onderdeel van het festival Yiddish Waves.

Op het programma stonden steeds maar drie liedjes, want de groepen liepen langs allerlei plekken waar iets gebeurde.

,,Je gaat wel de hele middag hetzelfde horen'', excuseerde Hoogendam van te voren.

Dat was helemaal niet erg. Ze zong Papiroshn, een jammerklacht van een jongen die op straat sigaretten probeert te verkopen, Di Sapozkhkelekh, een liefdesliedje over laarsjes, als ik het goed heb onthouden, en nog een lied over dromen en herinneringen, waarvan ik de titel niet meer weet.

Het filmpje boven is gemaakt toen alle bezoekers nog moesten komen. Om een beetje warm te lopen leefde Den Ouden zich lekker uit op de piano, later speelde hij wat bescheidener.

Bij een van de groepen was een wat oudere dame, die op het krukje achterin was gaan zitten waar Schumi meestal op ligt. Ze vertrok als laatste van haar groep.

,,U bent de bewoner?'', vroeg ze. ,,U bent vast predikant.''

,,Hoe komt u daar nu bij?'', vroeg ik.

Ze had de boekenkast bekeken, vertelde ze, en daar ondermeer een boek van Herman Pleij zien staan. Er hangt bovendien een marionet aan, die ik een keer in een speelgoedwinkel in Tsjechië heb gekocht, en die zij vanwege zijn zwarte pakje ook voor een soort predikant versleet. Dat op diezelfde plank ook boeken staan over Napoleon en Charles Lindbergh had haar niet op andere gedachten gebracht.

,,Verre van dat'', zei ik.

,,Jammer'', zei ze. ,,Anders hadden we met uw zegen de straat op gekund.''

,,Nou dat kan altijd'', zei ik. Ik spreidde mijn handen en zei plechtig: ,,Ik wens u een gezegende wandeling toe, vanmiddag. Ik ben weliswaar geen predikant, maar baat het niet, dan schaadt het niet.''

Met een tevreden gezicht liep ze de voordeur uit.

vrijdag 16 februari 2018

Kampioenen en zuurkool



Dat Sven Kramer weer geen goud heeft op de tien kilometer bij de Olympische Spelen hoorde ik door alle vergaderingen pas later op de donderdagmiddag. Hij is verslagen door de Canadese Nederlander Ted-Jan Bloemen, werd me uitgelegd. Kramer had niet eens brons.

Later die middag ging ik naar Smakelijk om een maaltijd te halen. Johan Dijksman stond achter de toonbank.

,,Daar komt de krant net binnen'', zei hij tegen de enige andere klant in de zaak. En tegen mij: ,,De schoonzoon van deze man heeft vandaag goud gewonnen.''

Ik gaf de man een hand, hij bleek Cor te heten.

,,Goud? Bent u de schoonvader van Ted-Jan Bloemen?'', vroeg ik. Eigenlijk geloofde ik het niet.

De man knikte. ,,Mijn dochter en hij kennen elkaar van een datingsite'', lichtte hij toe. Hij zag het stel weinig, misschien een keer of vijf, zes tot nu toe.  Ze wonen immers in Canada en hij houdt niet van vliegen.

,,Gefeliciteerd'', zei ik. ,,U zult wel trots zijn.''

Hij knikte weer. ,,Het komt ook van zijn coach Bart Schouten. Die heeft hem een schop onder zijn kont gegeven'', zei hij. ,,Maar ik vind het jammer voor Sven.''

,,In dit geval zou ik zeggen, family first'', zei ik.

,,Ik heb tegen hem gezegd: als jij mijn dochter wilt kapen, best, maar dan moet je wel een paar gouden medailles halen'', zei hij.

Beiden kozen we zuurkool met worst. En ik maakte bovenstaande selfie. Zo vaak kom ik geen schoonouders tegen van Olympische kampioenen.