zaterdag 24 september 2016

De maagden van Stille Willie



Op de campus van Rutger's Universiteit in New Brunswick, New Jersey, staat een standbeeld van Willem van Oranje met zijn hondje Pompey, hetzelfde beeld als op het Plein in Den Haag.

As long as he lived he was the guiding star of a whole brave nation and when he died the little children cried, staat er op het voetstuk, tikje overdreven.

Absurd om dat hier te zien, want er is geen verband tussen Willem en deze universiteit. De universiteit is dit jaar 250 jaar oud en werd gesticht door Nederlandse dominee's, dat moet het verklaren. Maar toen was Willem de Zwijger al bijna twee eeuwen dood.

Het is een geschenk van de Holland Society of New York, een club mensen die afstammen van de eerste Nederlandse bewoners van Nieuw Amsterdam. Een lid van die club, een celbioloog die Turck heette en afstamde van de arts van Willem van Oranje, had het na de Eerste Wereldoorlog in Nederland op de kop getikt.

Maar het was nogal duur en hij was bang dat zijn vrouw erachter kwam, dus thuis in New York verstopte hij het beeld acht jaar lang in een kelder op Lafayette Straat. Via de Holland Society gaf hij het anoniem weg: het leek eerst in Central Park te zullen komen maar uiteindelijk werd het hier onthuld, in 1928.

Terwijl ik er een foto van maakte, kwam een professor - hij had tenminste zo'n vlinderstrikje en een hoornen bril - naast me staan. ,,Ik vind het bijzonder om William the Silent hier aan te treffen'', legde ik hem uit.

,,Kent u de gebruiken op Rutger's?'', vroeg hij. ,,Weet u dat de studenten een traditie bij dit beeld hebben? Het is William the Silent, maar, ze zeggen dat hij zal spreken bij de eerste maagd die afstudeert op Rutger's. Dan zullen we hem horen. Maar dat is nog niet gebeurd.''

(Op internet staat een soortgelijk verhaal, maar daar zou het beeld gaan fluiten zodra er een maagd langskomt. Ook dat is nog niet gebeurd.)

woensdag 21 september 2016

Een foto voor de bisschop



Terwijl ik in East Village een parodie-poster op de foto zette met Donald Trump en de tekst Make America Hate Again hoorde ik achter me een dun lachje, van een vrouw die met dik accent zei: ,,Ha, ha that is so funny.''

Ik keek om. Ze zag er oost-Europees uit, een witte jas, een petje van een oor- en oogkliniek, een sjaaltje met glitters waar ze steeds aan plukte, een wat bittere trek om de mond.

,,Bent u politiek?'', vroeg ze.

,,Ik mag hier niet stemmen, maar het zijn interessante verkiezingen'', zei ik.

Het was duidelijk dat ze over iets anders wilde beginnen. Vaak loopt dit soort gesprekken erop uit dat ergens geld voor nodig is, maar dat was dit keer niet zo.

,,Bent u religieus?'', vroeg ze na een tijdje.

,,Helemaal niet'', zei ik. Zij was het wel, ze kwam oorspronkelijk uit Polen, ergens uit de buurt van Krakow begreep ik. Dus: goed katholiek. Ze stelde zich voor als Helen.

Of ik misschien even mee wilde lopen naar de kerk een of twee blocks verderop. Want daar was iets heel ergs aan de hand: daar hebben ze een foto opgehangen van een filmster, een actrice. Dat kan toch niet? Een kerk is toch geen theater? Al pratend wond ze zich er ontzettend over op. Ze plukte met trillende vingers aan haar sjaaltje en sloot een zin vaak af met amen.

Wat wilt u met die foto, vroeg ik haar. Ze wil een brief aan de bisschop sturen, met hulp van landgenoten die zich er ook aan ergeren. Want dit is allemaal bekokstoofd door een priester, of zo, die er destijds geld voor heeft gekregen, dat allemaal in eigen zak heeft gestoken en nu niet eens meer bij die kerk werkt.

Ze wilde me betalen voor het maken van zo'n foto, maar dat hoefde ik niet. Ik waarschuwde haar dat ik geen echte fotograaf ben, en dat ik de foto alleen naar haar kan mailen, ze knikte en gebaarde van kom nou maar mee, het is praktisch om de hoek.

De kerk was inderdaad vlakbij, het was een Poolse kerk, St. Stanislaus Bishop and Martyr's Church. De dienst begon bijna, buiten stond iemand bezoekers te begroeten. Ssst! Sst! zei Helen tegen me, alsof we iets verbodens gingen doen.

,,De dienst is in het Engels'', zei de man bij de deur tegen ons, die ons voor Polen versleet. Ik liep achter hem aan naar binnen, bedenkend hoe ik in vredesnaam tijdens een dienst een foto van iets zou moeten maken, maar het portret hing gelukkig in het voorportaal. ,,Daar is het'', fluisterde Helen.

Even later waren we in de McDonalds om de hoek, waar ze haar mailadres voor me zou opschrijven.

Maar dat deed ze niet: eerst schreef ze een telefoonnummer op van een zekere Hauna. Dan van ene R. Toen haar eigen mobiele nummer, maar haar cellphone was erg slecht, vertelde ze. Tenslotte van ene Eva, een vertaalster die ik 100 procent kan vertrouwen. Voor de duidelijkheid schreef ze het achter het nummer: 100 %. Ik kreeg een briefje met een reeks telefoonnummers.

,,Ik heb echt een email-adres nodig'', zei ik, want ik had geen zin om met allerlei Polen in New York te bellen. Dat was ingewikkeld, begreep ik, maar de betrouwbare Eva heeft email.

Dus spraken we af dat ze mijn mailadres aan Eva geeft. Die stuurt mij dan een mail. De foto van het bord komt vervolgens retour en die kan, met een gepeperd smeekschrift, door naar de bisschop.

Ze trok een briefje van vijf dollar uit haar tas om me voor de foto te betalen. Dat wilde ik niet, zei ik. ,,God bless you'', zei ze. ,,Amen.''

(Dit is inmiddels een paar dagen geleden, ik heb niks meer gehoord. Wel vond ik uit dat het bord er al sinds 2009 hangt, ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Helena Modjeska, een Pools-Amerikaanse actrice. Zelfs al zou de foto bij hem belanden, ik betwijfel of de bisschop er werk van gaat maken.)

dinsdag 20 september 2016

To the loo

Hier zit ik op een gouden toiletpot in het Guggenheim Museum. Zo wil kunstenaar Maurizio Cattelan het graag, dat je participeert.

Alles werkt, al raakte het toilet afgelopen weekeinde al een keer verstopt. Het werk heet America.

Cattelan heeft een precieze kopie gemaakt van de wc's van het museum (van die Amerikaanse met zo'n grote plas water), van 18-karaats goud. Het is een mooi ding, alleen al door de combinatie van het dure materiaal en wat je op een wc doet. Een beetje Duchamp en een beetje Wim T Schippers.

De pot had in mei al klaar moeten zijn, maar is afgelopen vrijdag pas geplaatst. Gewoon in een wc-ruimte op de vijfde verdieping.

Wel staat er een bewaker naast de deur, terwijl een suppoost bij de lift permanent aan bezoekers uitlegt waarom hier zo'n rij staat. Hij laat ze een foto van de gouden pot zien.  Soms kijken mensen met een blik van 'hou je me voor de gek?' Maar niemand barst in schaterlachen uit. Kunst is immers een ernstige zaak, zelfs van een macabere grappenmaker als Cattelan, met zijn in bomen opgehangen kinderen, opgezette paarden en knielende Hitlers.

Er staat een rij voor het toilet, die langzaam vooruit schuifelt. Mensen met hoge nood kunnen beter een gewoon toilet opzoeken. Een Braziliaans echtpaar kwam er na een uur achter dat dit alleen voor een gouden wc was. De gewone tentoonstelling kon je zo naar binnen lopen. Ook zo'n rij hoort erbij, je verwacht dat Cattelan ergens achter een monitor zit te grinniken.

Onderweg bedenk ik dat het nog raarder was geweest als ze die wc midden in het museum hadden gezet, met hooguit een schotje eromheen, zodat je echt midden tussen het publiek zit te ontlasten. Ook raar was geweest, maar wel symbolisch: met deze wc, die toch al America heet, naar de troepen in het Midden-Oosten.

Dit was mijn persoonlijke schema:
13.03 Museum in
13.25 In de rij, die begint bij een bordje dat het vanaf hier zo'n drie uur duurt
13.44 Bij het bordje dat het vanaf hier nog zo'n twee uur duurt.
13.59 Bij het bordje dat het vanaf hier nog zo'n uur duurt.
14.49 Vooraan in de rij. Tas moet af. En ik mag de bril ook niet optillen.
14.55 In de wc
15.00 Klaar (ik hoefde niet eens echt, maar voor de kunst moet je wat over hebben)
De bril mag je dus niet optillen, maar dat doe ik wel, je wilt toch weten of zoiets zwaar is. En dat is hij - ik dacht eerst dat hij vastgelast zat. Bijna dertig kilo, zei de suppoost.

Hoewel er continu mensen op zitten (dat denk ik tenminste) is de wc koud. Hij voelt ook heel massief aan als je je handen tegen de pot houdt. Zelfs de spoelhendel en de buizen zijn van goud. Je zit in je blote kont op (naar schatting) 2,5 miljoen dollar aan goud.

En verder? Verder is het gewoon een wc. En de papieren handdoekjes waren op, dus ik liep met natte handen weer naar buiten.

Na mij kwamen twee Italiaanse vrouwen. De eerste ging erin en kwam er ook meteen weer uit. ,,Ik hou niet van Cattelan'', legde ze me uit. ,,Houdt u wel van moderne kunst?''

maandag 19 september 2016

Op reportage


Pal naast het Flatiron Building was de 23-ste straat afgezet.

Aan deze kant van de dranghekken stonden een stuk of twintig camera's. Sommige ouderwets en enorm, met een cameraman erachter.

Andere camera's waren weinig meer dan een iPhone op een statief, die iemand aanzette en dan zelf het bericht insprak met de lege straat als achtergrond. Om de hoek stond een caravan reportagewagens met antenne's erop.

Af en toe schoven de politiemannen de dranghekken opzij om een auto langs te laten van - neem ik aan - een hoogwaardigheidsbekleder. Verder kwam niemand er langs. De straat was leeg.

Op lantaarnpalen waren posters geplakt met een telefoonnummer dat je kunt bellen als je iets gezien hebt. Een jongen aan de overkant hield een zelfgemaakt bord omhoog met 9-11 Inside Job.

Voor het overige was er niks te zien, want de ontploffing in een prullenbak op deze straat is al bijna anderhalve dag geleden. Door de wol geverfde tv-mensen hadden klapstoeltjes mee en zaten met elkaar te kletsen.

Toch ga je kijken, dan maar naar al die pers, de politie en die anchormen, die met een gewichtig gezicht herhalen dat burgemeester Bill de Blasio heeft gezegd dat het erop lijkt dat het opzet is geweest, maar geen terrorisme. Lijkt mij ook: een terrorist had het op een werkdag gedaan, want dan was het verkeer in de hele stad ontwricht. Nu is het bijna een uitje. Veel passanten maakten een selfie.

Even voor de goede orde en vanwege een paar ongeruste vragen: die ontploffing was in Chelsea, ik zit in Soho, een half uur lopen verderop.

Toch kreeg ik ook een waarschuwing via mijn telefoon, toen ze op de 27-ste Straat West een snelkookpan met plakband en een telefoon eraan hadden gevonden.

De boodschap (links): niet voor het raam staan. Twee uur later (rechts) mochten ze weer.

Bijzonder, om zulke berichten te krijgen. Je hebt het gevoel dat je er nu echt bijhoort.

vrijdag 16 september 2016

Het kampioenschap cannoli-eten

Cannoli zijn buisjes van koek, gevuld met dik, zoetig schuim op basis van ricotta. Het schuim gaat er pas vlak voor het opeten in, anders wordt het koekje zacht.

Ze zijn op Sicilië uitgevonden, maar in New York zijn ze er ook dol op. Op San Gennaro, de feestweek van Little Italy die gisteren is begonnen zie je ze overal, in allerlei formaten en smaken.

Als hoogtepunt was er zojuist de jaarlijkse Cannoli Eating Contest, op een podium op straat. Het was een wonderlijke vertoning, met een wedstrijd die maar acht minuten duurde.

Tien kandidaten (negen mannen, een vrouw) probeerden binnen die tijd een schaal met twintig cannoli leeg te eten. De schalen werden met enige bombarie binnengebracht door tien medewerkers van café Ferrara, die zich een weg door de toeschouwers baanden.

Een duo presentatoren had toen al de kandidaten voorgesteld. De ene was zo'n oude man die de hele tijd sjagrijning kijkt, Mort Berkowitz, de andere was een vlot ouwehoerende radiopresentator, Skeery Jones.

Een deelnemer, Andrew, kwam uit Australië, hij droeg de Australische vlag als mantel. ,,What the hell do Australians know about cannoli'', vroeg Mort. ,,I'm about to show you'', zei Andrew. Dat klopt want hij werd tweede: 100 dollar en de rest van de dag een opgeblazen gevoel.

Een andere deelnemer, Kyle, had in zijn woonplaats Pittsburgh een wedstrijd burgers eten gewonnen: 8 pond in vijf minuten. Weer een ander, Alex, vertelde dat hij hier vlakbij werkt in het courthouse. ,,Je nam even lunchpauze'', zei Mort. ,,Ze weten niet dat ik weg ben'', zei Alex.

,,Cannoli cream is gonna fly everywhere'', had Mort van tevoren gewaarschuwd, maar dat viel mee.

Wel was het een erg raar gezicht. Vooral deelnemer Wayne uit Queens, een dikkige jongen die ze in razend tempo naar binnen propte. ,,I've eaten lots of food my whole life'', had hij verteld.

Het schuim zat over zijn gezicht en over het flesje water waar hij nu en dan een haastige slok uit nam. Daar likte hij het schuim af. Presentator Skeery zag het en riep: ,,He's licking the bottle of water! Oh, the humanity!''

Wayne won met een forse voorsprong. Zijn dienblad was ruim binnen de tijd leeg, een van de koks legde er nog drie cannoli bij die Wayne ook opat.



En toen Skeery vroeg: ,,You want some more?'' liet Wayne zich het schuim rechtstreeks in de mond spuiten, tot verbijstering van deelnemer Billy, maar tot vermaak van de toeschouwers.

Wayne kreeg de hoofdprijs: 250 dollar en roem op allerlei lokale zenders.

,,Heb je nog honger?'', vroeg ik hem. ,,Ik ga straks wel weer wat eten'', zei Wayne. Hij verklapte dat hij vaker meedeed aan dit soort wedstrijden: in 2013 was hij ook op San Gennaro kampioen pizza-eten geworden.

Na afloop kreeg iedereen gratis cannoli. Ik heb er drie van gegeten, want ze zijn erg lekker, maar ik ben nu best wel vol.

donderdag 15 september 2016

Een vleugel een een reliëf

Ik schreef een stukje over de 9/11-herdenking voor de Leeuwarder Courant en daar komen twee mannen in voor. Daarvoor had ik fotootjes meegestuurd, maar de ruimte ontbrak. Dus hier dan, als lezersservice, of zoiets.

 De ene is kunstenaar Marcus Robinson, oorspronkelijk uit Belfast, een vriendelijke, wat zweverige figuur die een complete verdieping van World Trade Center-gebouw 4 mag gebruiken.

Van daaruit werkt hij aan een uitdijende film over de wederopbouw. Voor het camerawerk kreeg hij er al een Bafta-award voor, met een ceremonie hier op de bouwplaats.

Zijn verdieping, de 65-ste, was spartaans, vrijwel leeg, op wat grote schilderijen na en in de hoek een vleugel, waar hij 's morgens als hij begint jazz op speelt. Want die muziek hoort bij New York, vindt hij. Op mijn verzoek deed hij even een stukje.

Achter hem zie je de hoogste toren van het WTC, rechts is eentje in aanbouw, je kon hier alle kanten op naar buiten kijken. Het atelier met het mooiste uitzicht van de wereld.



De andere man is Joe Cantelmo, een van de rondleiders van het 9/11 Tribute Center. Dat is een klein museumpje, waar allerlei mensen bij betrokken zijn die de aanslag van 11 september 2001 hebben meegemaakt en erover vertellen.

Cantello werkte destijds in een van de twee gebouwen, maar hij is die ochtend amper binnen geweest, want een collega in de hal zei dat iedereen naar buiten moest. Hij zag het dus van een afstand gebeuren. Nou ja, dat verhaal stond wel in de krant van afgelopen zaterdag.

Hij geeft een rondleiding over het plein, we lopen achter hem aan met oortjes in, langs allerlei gedenkwaardige plekken.

Zoals een reliëf met brandweerlieden erop. En het getal 343, zoveel brandweerlieden zijn er omgekomen, dat staat hier werkelijk overal op. Joe zegt: fayafaytahs.

Aan het eind van de tocht ging hij er een beetje voor staan en vertelde dat hij op dit punt altijd John Lennon citeert.

Hij zei een stukje op uit Imagine (dat niet letterlijk klopt, maar dit is de moraal die Joe eraan wil verbinden):

Imagine there's no countries
I wonder if you can
Nothing to kill or die for
A brotherhood of man

,,Thank you, Joe'', zeiden we. ,,Have a good day'', zei Joe, en zamelde alle oortjes in.