maandag 16 april 2018

De vlag en de buren



Elk jaar als naast het stadhuis de vlag van de Royal Canadian Dragoons gehesen wordt kom ik er meneer S. tegen.

Ook vanmorgen was hij er weer, met zijn vrouw. Hij had me vorige week gemaild om te vragen hoe laat het was, want dat was nergens te vinden. Normaal is het op 15 april, maar omdat dat een zondag is, is het dit jaar doorgeschoven naar 16 april.

Er was een schoolklas bij van de Kinderkoepel. Burgemeester Ferd Crone vertelde hoe jonge mannen uit Canada, Engeland en andere landen hier zomaar naartoe zijn gekomen om ons te helpen, en dat ze daarbij soms zelf om het leven zijn gekomen.

,,Zouden jullie dat ook doen, om je buurman te helpen?'', vroeg Crone.

,,Niet voor onze buren'', zei een bijdehant knaapje.

Ook Gerrit Fokkema was er (bruin jasje op de foto), die als jongen in 1944 uit de Leeuwarder gevangenis is bevrijd. Je kon horen dat hij gewend is om aan schoolkinderen te vertellen. Hij had de bevrijding van Leeuwarden zelf niet meegemaakt, vertelde hij, want hij zat onder een schuilnaam ondergedoken in Blija. Zijn vriendin kwam hem de volgende dag op de fiets halen.

Daarna werd de vlag gehesen, was er een kort applausje en dat was de ceremonie. De klas ging weg en Crone liep het stadhuis weer in.

,,Als ik hier ben zie ik ze gewoon de stad weer binnenrijden'', zei meneer S. ,,Een fijne dag nog.'' Gearmd met zijn vrouw liep hij weg.

,,Tot volgend jaar'',  riep ik ze na.


zaterdag 14 april 2018

Zwemmen in een massagraf



Schrijver Ilja Leonard Pfeiffer, in een indrukwekkende haren jas, onthulde vrijdag een poëziesteen in het plaveisel van de Blokhuispoort. Schumi was erbij, bekijk de foto uit de krant maar. Al lette hij niet bijzonder goed op toen Pfeiffer zijn sonnet voorlas.

Daarna werd de schrijver geïnterviewd door Geart de Vries. Daar zat de hond ook bij, want zoiets is voor alle zoogdieren leerzaam.

Pfeiffer was een plezierige en welbespraakte gesprekspartner. Hij nam er aanstoot aan dat De Vries hem terloops met Jean-Pierre Rawie vergeleek, verbaast zich over het contrast tussen vluchtelingen op de Middellandse Zee en toeristen die voor een schijntje naar het eiland Lampedusa kunnen vliegen (,,Dan zwem je daar in een massagraf.'') en hij lichtte toe waarom hij niet in het Italiaans dicht (hij woont in Genua) en wel in het Nederlands: ,,In Italië heb je de poëzie niet nodig, die is overal al. In Nederland met zijn rode fietspaden en belastingaangifteformulieren heb je juist poëzie nodig.''

Hij las een gedicht voor over dingen zonder nut, uit Idyllen, met de mooie regel: ,,Want wie verwachting zaait zal tegenvallers oogsten.'' Tenslotte signeerde hij boeken.

Toen ik met Schumi naar buiten liep, stond Pfeiffer daar te roken. Hij keek glimlachend naar het dier.

,,Ik laat hem kennismaken met poëzie'', legde ik uit. Juist toen hief Schumi zijn poot en pieste tegen de muur, vlakbij de schrijver.

,,Hij lijkt er niet erg van onder de indruk te raken'', zei Pfeiffer.


zaterdag 24 maart 2018

Het zuiverste Nederlands

In de nieuwe bibliotheek van Leeuwarden kon je vandaag voor 5 euro boeken laten taxeren door Arie Molendijk uit Rotterdam.

Toen ik er keek stond er een rijtje, maar zo'n gekkenhuis als bij Tussen kunst en kitsch was het er niet. Klaas Arie Beks liet me een oud boekje over Almere zien dat hij in de tas had en hij had ook een uitgave over het IJsselmeer van honderd jaar geleden, vertelde hij, ,,van Lely.'' Hein de Graaff liep er rond, maar die had geen boeken bij zich. ,,Ik heb thuis wel een eerste druk van Slauerhoff'', zei hij trots.

Ik haalde thuis de twee in perkament gebonden boeken op die vroeger bij pake op een tafeltje op de studeerkamer lagen, en tegenwoordig bij mij op de boekenkast liggen.

De ene is de Nederlandsche Histoorien van P. C. Hooft, de andere Rerum Frisicarum Historia van Ubbone Emmio (Ubbo Emmius), de geschiedenis van Friesland dus, uit 1616.

Arie zat net aan de thee met een broodje toen ik aankwam. Hij was aan de praat met Arjen Nijboer van de bibliotheek en sprak Nederlands met een mooi Hollands accent.

,,Mag ik vragen waar u vandaan komt?'', zei ik.

,,Ik ben opgegroeid in de Alblasserwaard, waar het zuiverste Nederlands gesproken wordt'', zei hij met enige trots.

,,Ik dacht dat dat in Noord-Holland werd gesproken.''

,,Nee'', hield Arie vol. ,,En het maakt ook uit aan welke kant van de Alblasserwaard je zit, oost of west. Aan de oostkant is het zuiverst.''

Hij schoof de thee opzij en bekeek beide boeken.

Eerst Hooft. ,,P. C. Hooft, oprichter van de Muiderkring'', zei hij op docerende toon terwijl hij het doorbladerde. ,,Het boek is nat geweest.''

,,Niet toen ik het had'', zei ik.

,,Nee, die vlekken zijn wel honderd jaar oud'', zei hij.

Toen Ubbo Emmius. ,,Hee, in het latijn'', stelde hij vast. Ook dat staat een beetje bol van het vocht, maar minder dan Hooft.

Het was zomaar voorbij. Na afloop boog hij zich naar me toe en vertelde op fluistertoon, alsof we werden afgeluisterd,  dat ze niet heel veel waard zijn, 150 euro per stuk of zo.

Zijn advies: ,,Ik zou ze houden. En er iets zwaars op leggen.''

Ze liggen inmiddels weer op de kast. Ik zoek nog iets zwaars.

woensdag 21 maart 2018

Democratie en koekjes


In Leeuwarden werd niet gestemd, maar je kon wel je mening geven over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Dat is een krakkemikkig wetsvoorstel, zelfs de Raad van State vindt dat het beter moet, dus daar ging ik tegen stemmen. Het helpt waarschijnlijk niks, maar je moet toch iets en bommen gooien is me te gek.


Ik nam Schumi mee, komt die ook eens in het stadhuis. Vandaag was dat omgedoopt tot  stembureau 01 van Leeuwarden.

In de hal (op dat tafeltje links, onder het schilderij) lag een briefje over wat er in een stembureau wel en niet is toegestaan. Over honden stond daar niks op, wel dat je niet met meer dan een persoon in het stemhokje mag.

,,Wat een skatsje'', riep een van de vrouwen van het stembureau, die hem meteen begon te aaien. ,,Dag pop.'' De andere twee bleken de zakken vol hondenkoekjes te hebben.

,,Mag ik met hem het stemhokje in?'', vroeg ik.

,,Wij houden hem wel even vast terwijl je stemt'', zei een van hen gretig. ,,Geef maar aan mij.''

Terwijl ik tegen rood kleurde, stopten zij achter mijn rug de hond vol koekjes. Hij wilde bijna niet meer weg.

Moraal: democratie is feest voor iedereen.

zondag 4 maart 2018

Een gezegende wandeling



Een kleine 150 mensen kwamen zaterdagmiddag in groepjes van dertig bij mij in huis, om te luisteren naar klezmermuziek door Marie Hoogendam en Riemer den Ouden. Zij zong, hij speelde piano en gitaar. Ze komen uit Zwolle en zijn ook buiten de muziek een stel. Hun mini-optreden was onderdeel van het festival Yiddish Waves.

Op het programma stonden steeds maar drie liedjes, want de groepen liepen langs allerlei plekken waar iets gebeurde.

,,Je gaat wel de hele middag hetzelfde horen'', excuseerde Hoogendam van te voren.

Dat was helemaal niet erg. Ze zong Papiroshn, een jammerklacht van een jongen die op straat sigaretten probeert te verkopen, Di Sapozkhkelekh, een liefdesliedje over laarsjes, als ik het goed heb onthouden, en nog een lied over dromen en herinneringen, waarvan ik de titel niet meer weet.

Het filmpje boven is gemaakt toen alle bezoekers nog moesten komen. Om een beetje warm te lopen leefde Den Ouden zich lekker uit op de piano, later speelde hij wat bescheidener.

Bij een van de groepen was een wat oudere dame, die op het krukje achterin was gaan zitten waar Schumi meestal op ligt. Ze vertrok als laatste van haar groep.

,,U bent de bewoner?'', vroeg ze. ,,U bent vast predikant.''

,,Hoe komt u daar nu bij?'', vroeg ik.

Ze had de boekenkast bekeken, vertelde ze, en daar ondermeer een boek van Herman Pleij zien staan. Er hangt bovendien een marionet aan, die ik een keer in een speelgoedwinkel in Tsjechië heb gekocht, en die zij vanwege zijn zwarte pakje ook voor een soort predikant versleet. Dat op diezelfde plank ook boeken staan over Napoleon en Charles Lindbergh had haar niet op andere gedachten gebracht.

,,Verre van dat'', zei ik.

,,Jammer'', zei ze. ,,Anders hadden we met uw zegen de straat op gekund.''

,,Nou dat kan altijd'', zei ik. Ik spreidde mijn handen en zei plechtig: ,,Ik wens u een gezegende wandeling toe, vanmiddag. Ik ben weliswaar geen predikant, maar baat het niet, dan schaadt het niet.''

Met een tevreden gezicht liep ze de voordeur uit.

vrijdag 16 februari 2018

Kampioenen en zuurkool



Dat Sven Kramer weer geen goud heeft op de tien kilometer bij de Olympische Spelen hoorde ik door alle vergaderingen pas later op de donderdagmiddag. Hij is verslagen door de Canadese Nederlander Ted-Jan Bloemen, werd me uitgelegd. Kramer had niet eens brons.

Later die middag ging ik naar Smakelijk om een maaltijd te halen. Johan Dijksman stond achter de toonbank.

,,Daar komt de krant net binnen'', zei hij tegen de enige andere klant in de zaak. En tegen mij: ,,De schoonzoon van deze man heeft vandaag goud gewonnen.''

Ik gaf de man een hand, hij bleek Cor te heten.

,,Goud? Bent u de schoonvader van Ted-Jan Bloemen?'', vroeg ik. Eigenlijk geloofde ik het niet.

De man knikte. ,,Mijn dochter en hij kennen elkaar van een datingsite'', lichtte hij toe. Hij zag het stel weinig, misschien een keer of vijf, zes tot nu toe.  Ze wonen immers in Canada en hij houdt niet van vliegen.

,,Gefeliciteerd'', zei ik. ,,U zult wel trots zijn.''

Hij knikte weer. ,,Het komt ook van zijn coach Bart Schouten. Die heeft hem een schop onder zijn kont gegeven'', zei hij. ,,Maar ik vind het jammer voor Sven.''

,,In dit geval zou ik zeggen, family first'', zei ik.

,,Ik heb tegen hem gezegd: als jij mijn dochter wilt kapen, best, maar dan moet je wel een paar gouden medailles halen'', zei hij.

Beiden kozen we zuurkool met worst. En ik maakte bovenstaande selfie. Zo vaak kom ik geen schoonouders tegen van Olympische kampioenen.

donderdag 8 februari 2018

Een anachronistisch shagje bij Cambuur



Vanmiddag was het afscheid van Leeuwarder wethouder Andries Ekhart, in het Cambuurstadion. Hij heeft iets met Cambuur, zijn hele familie heeft dat. Cambuurbaas Ype Smid was er ook bij, naast heel veel ambtenaren van Leeuwarden en Sneek - in beide plaatsen was hij wethouder - en stadsduo Ad Fahner en Jes Wassenaar.

Net als bij een begrafenis kwamen er op een groot scherm foto's van de wethouder langs. Ik lette er niet zo goed op, ik had meer aandacht voor het ambtenarenkoor en de speech van Henk Deinum, de loco-burgemeester. Die bood ondermeer de eerste Leeuwarder Nijntje aan, vertaald door Anne Feddema, ,,de beste dichter die we in Liwwadden hewwe'', volgens Deinum.

Maar daar verscheen ook ineens de foto die ik drie jaar geleden heb gemaakt, toen het college in achttiende-eeuwse kostuums op het bordes stond. Eckhart deed ook mee, maar rolde tussendoor ook een anachronistisch shagje. Tijdens zijn bedankspeech zag Ekhart de foto ook: ,,Hee, wel toevallig, die weer.''

Conclusie: dit weblog wordt in elk geval gelezen door gemeente-ambtenaren op zoek naar foto's.

maandag 5 februari 2018

De held redt het meisje



Begin december kreeg ik mail van Arjan Geertsma, die grafisch ontwerper is bij de Provincie Fryslân. Voor zijn studie communicatie op de NHL was hij bezig met een documentaire over genderstereotypering op filmposters. Of hij daar eens met mij over kon praten.

Daar had ik nu nog nooit over nagedacht. Wel schoten me onmiddellijk posters van Jack-Arnoldfilms (en aanverwanten) uit de jaren vijftig te binnen, van die avonturenverhalen met helden die weerloze, deels ontblote meisjes te hulp schieten. Zoals Creature from the Black Lagoon, hiernaast.

Dus hij verscheen halverwege januari, samen met cameraman Amar van Dijk, daar had ik ook al wat over geschreven.

Het leverde bovenstaand filmpje op. (Als aftitelingliefhebber zag ik een spelfoutje, maar zo is er altijd wel wat te zeuren).

donderdag 1 februari 2018

Een rampnacht voor Steinvoorte



Een paar dagen eerder was er op een bijeenkomst in Hotel de Zwaan in Hollum al voor gewaarschuwd. Daar gaf Constant Lodewijk Marius Lambrechtsen van Ritthem, hoofdingenieur van Rijkswaterstaat, op 19 januari 1953 een praatje over afslag en kustbeheer. De zaal zat vol.

In Hollum waren ze ongerust over de afslag aan de westkant van Ameland - altijd een zwak punt.

,,Ik meen te kunnen zeggen, dat die ongerustheid ongegrond is'', zei Lambrechtsen van Ritthem. Rijkswaterstaat zou de duinen aan die kant wel kunnen behouden, schatte hij in. (In die tijd deden ze dat met zinkstukken, een soort koppen van stenen die het water moesten keren en het strand erachter veilig stellen. Tegenwoordig gaat dat met opspuiten van zand.) We zijn aan de winnende hand, zei de hoofdingenieur.

Dat wist hij natuurlijk niet honderd procent zeker, gaf hij toe, want de natuur is grillig. ,,Aan de andere kant bezorgt diezelfde natuur ons ook wel weer eens meevallertjes, zoals enige jaren geleden bij Nes, toen niemand anders dacht of de hotels van Scheltema en Steinvoorte waren ten dode opgeschreven.''

Een paar weken later was er de februaristorm die een groot deel van Zeeland onder water zette, nu 65 jaar geleden. Ook op Texel vielen doden, op alle eilanden sloegen duinen weg en op Ameland werd hotel Steinvoorte voor een groot deel weggeslagen. Het nabijgelegen hotel Scheltema liep gek genoeg geen gevaar.

Uit de LC van maandag 2 februari 1953: ,,In de nacht van zaterdag op zondag en zondagmorgen vroeg sloeg ze (de zee) de helft van het paviljoen Steinvoorte weg en ondergroef de rest. Dit nieuwe gedeelte stortte gistermorgen om kwart over elf in. De bevolking van Nes heeft toen in allerijl het nog staande stuk omlaag gehaald, voor de zee het kon meeslepen. De inventaris kon worden gered.''

Gek genoeg was er in Hollum dan weer weinig schade, op een ,,oude schuur van boer Bunicich'' na, die was ingestort. In zekere zin had de hoofdingenieur dus gelijk gekregen.

De herbouw van Steinvoorte begon drie maanden later en het hotel hield het tot 1976 vol - toen sloeg er weer een groot stuk duin af. Scheltema was toen al zes jaar afgebroken. Mijn vader had de  dansvloer van Scheltema overgenomen (of was die nou van Steinvoorte?), die heeft nog jaren in de Zwaan gelegen.

(De foto komt van beeldbank.amelanders.com)

maandag 22 januari 2018

De verbazingwekkende V&D-brand


Op donderdag 21 maart 1963 woedde er een nog steeds legendarische brand in het pand van Vroom & Dreesmann aan de Nieuwestad in Leeuwarden. Dat was op een donderdag en er hebben wel duizend mensen staan kijken. Veel van hen hebben het er meer dan een halve eeuw later nog steeds over.


Wat ik niet wist, maar zondagmiddag hoorde van oud-brandweercommandant Gert van Meegdenburg (ik interviewde hem voor publiek in het Historisch Centrum Leeuwarden) was dat de Leeuwarder brandweer in die tijd een schertsvertoning was.

Je kunt het aan de foto hierboven wel zien, wees hij aan, sommigen hebben niet eens uniformen. De brandweer van de vliegbasis kwam er aan te pas, die zijn daar later nog voor gehuldigd op het stadhuis.

De Leeuwarder Courant had een verslag van die huldiging. Burgemeester Adriaan van der Meulen zei dat de schade zonder de militaire hulp veel groter zou zijn geweest. Er waren 320 militairen bij geweest, deels om het publiek op afstand te houden.

Basiscommandant J. L. Bosch zei: we moeten er maar niet meer over praten, bel de volgende keer gerust weer, dan verlenen we opnieuw bijstand. ,,Het militaire element staat met beide benen in het maatschappelijk leven.''

Dit nooit weer, zeiden ze in Leeuwarden en ze besloten een professionelere brandweer op te zetten. Zo is Van Meegdenburg als jonge knaap naar de stad gekomen en hij is nooit weer vertrokken.

Dat van die knullige brandweer van toen verbaasde me gistermiddag al en het verbaast me een dag later nog steeds. Het kan toch bijna niet zo zijn dat een stad dat niet beter voor elkaar heeft? Waren er voor 1963 dan geen grote branden die als wake-up call hebben gediend? Van Meegdenburg wist het ook niet.

Het is in ieder geval goed gekomen, al had dat nog wat voeten in de aarde. En tegenwoordig, vertelde de huidige commandant die ook in de zaal zat, rukken ze zo'n 800 keer per jaar uit; 200 keer vanwege automatisch brandalarm (meestal loos), de rest is ongeveer de helft voor brand, de helft voor hulpverlening. Van mensen uit auto's zagen tot katten uit de boom halen.

(De bovenste foto komt van het Historisch Centrum Leeuwarden, de andere is van Ad Fahner.)




woensdag 17 januari 2018

Animal Planet


Rinkelen zou een voorkeur kunnen hebben voor kattenbrokjes, maar hondenbrokken, daar spuugt hij ook niet in. Even een stukje Animal Planet, gewoon in de kelder.

maandag 15 januari 2018

Rinkelmans winterslaap


Vanmiddag klonk er vanonder de vloer ineens het vertrouwde gerinkel van een glazen fles die over stenen rolt. Het was de egel die in mijn kelder zit. Gisteren zag ik hem voor het eerst.

Toen ik hem vanmorgen checkte lag hij (of zij) in diepe slaap in een doos met bedrukte pennen, het lijfje ging regelmatig op en neer met de ademhaling.

Maar nu rolde hij weer met het lege jampotje. Heen en weer, de hele tijd. Mogelijk heeft hij door dat  er dan iets gebeurt, alsof het een bel is bij een diner. Tenslotte kom ik dan trouw de kelder in, leg hondenbrokjes neer en giet water in een schoteltje.

Daarom noem ik hem Rinkelman.

Terwijl Rinkelman met duidelijk hoorbare slokjes het water opdronk, keek ik rond naar een geschiktere slaapplaats dan die doos met pennen.

Er stond nog een kistje van wijnkoperij Wielinga, maar dat was zo'n smalle voor een fles.

Voor alle zekerheid legde ik die toch open neer. Rinkelman zat er met zijn snuit tegenaan, maar reageerde er verder niet op.

Toen ik even later keek, was hij weer in de doos met pennen gaan liggen. Wat te doen? Naar Slijterij Jelle aan de Voorstreek! Drink minder, maar beter, staat er op zijn vlag.

Wijnkratten hadden ze wel, vertelde de vrouw achter de kassa toen ik had uitgelegd waar ik voor kwam. Maar die zijn prijzig - ze stelde voor een kruisvormige doos te doen, die als verpakking voor bier bedoeld is.

,,Als ik dat stro-achtige spul erbij krijg'', zei ik. Ze deed er zelfs wat extra in. Klaar voor 2.50.

Toen ik met de doos aankwam lag Rinkelman alweer in diepe slaap in de doos met pennen en het water was op.

Met een handdoek om hem heen tilde ik hem op - hij werd er niet eens wakker van, of hij deed alsof - en legde hem in het bierdoosje. Dat in zijn geheel heb ik weer in de doos gelegd, paar blaadjes erbij voor het echte natuurgevoel, klaar.

Benieuwd of hij morgen weer rinkelt.

zondag 14 januari 2018

Dierenraadsels in de grote stad

Al een paar dagen, weken geloof ik zelfs, denk ik af en toe: wat zijn de buren toch steeds met lege flessen in de weer. Hoorde ik een gedempt, rinkelend geluid.

Zojuist zat ik Toni Erdmann te kijken, en in die film brachten ze een bezoek aan het Roemeense platteland. Ook daar hoorde ik, in de verte, dat gerinkel. Het ging door toen ik de film op stop zette.

Het leek ergens uit mijn huis of tuin te komen, maar het was zachter bij de keuken.

Dus kwam ik op het idee eens in de kelder te gaan kijken. En ja - de zak hondenvoer lag daar op zijn zij, en verderop was een egeltje (erinaceus europaeus) bezig een leeg jampotje over de estrikken te rollen. Alle andere (lege) jampotten lagen ook om.

Het diertje vluchtte naar onder het wijnrek en daar zit hij nu nog.

Ik heb een jampotdeksel gevuld met hondenbrokjes, kan nooit kwaad lijkt me, en dat tot bij zijn snuit geschoven. Ook heb ik een schoteltje water neergezet. Tenslotte ligt er nu een handdoek, misschien wil hij zacht liggen, of ergens onder, want in de kelder is het best koud.

Hoe een egel in een kelder komt weet ik niet. De meest voor de hand liggende verklaring is dat hij van de straat komt, bij de raampjes (vroeger waren dat van die kolenstort-luiken) is gekomen en vandaar naar binnen is gevallen.

Wie nog tips heeft voor het verzorgen van egels, of wie me kan vertellen of een tuin beter voor een egel is dan een kelder: meld je maar. Ik weet bijna niks van egels, behalve dat je ze nooit melk moet geven.

Edelhuisje bij de Welkoop (update)


Allerlei mensen wezen me erop dat ik een 'egelhuisje' kan kopen bij de Welkoop, dat ik dan met bladeren en takken zou moeten vullen.

Vanmorgen keek ik even in de kelder: de brokjes en het water waren op, de egel was onder het wijnrek verdwenen.

Hij lag even verderop in de doos met plastic pennen die we ooit voor speeddating De Fonk hebben laten bedrukken. Er liggen ook kartonnen 3D-brilletjes in, die over zijn van Cinema Ascona, de sciencefiction-editie.

Dat werkt dus ook, voor een kelderegel. Hij (of zij) heeft een mooie, regelmatige ademhaling. Dat komt volgens mij wel goed met die winterslaap.


zaterdag 13 januari 2018

Een Van Gogh kopen

,,Raar dat niemand een Vincent van Gogh wil kopen'', zei een man die me passeerde op de hoek van de Voorstreek en de Nieuweburen. Hij had een tas bij zich met daar weer een plastic tas in en keek mij aan.

,,Mijn Van Gogh wil niemand kopen'', zei hij. ,,Hij is maar tien euro.''

,,Dat is wel bijzonder'', zei ik. ,,De meeste Van Goghs zijn veel geld waard.''

,,Wilt u hem niet kopen?'', wilde hij weten. ,,Hij is maar tien euro. Ik wil hem verkopen want ik heb honger. Ik ben dakloos. Dan kan ik wat patat kopen.'' 

,,Nou ik heb het huis al vol hangen'', zei ik. ,,Waarom probeert u het niet bij het museum?''

,,Heeft u dan geen twintig eurocent voor mij?'', vroeg de man.

,,Daar kunt u nooit patat voor kopen'', zei ik.

,,Maar ik heb ook nog wat muntjes'', zei hij.

,,Weet u wat'', zei ik. ,,Ik geef u een paar munten van 20 eurocent, en dan wil ik de Van Gogh even zien en een foto maken.''

,,U kunt hem ook kopen'', zei hij. ,,Het mag ook voor vijf euro.''

,,Nee ik hoef hem niet te kopen'', zei ik. ,,Alleen even zien.''

Hij haalde hem uit de tas en hield de Koffiemalende Vrouw omhoog, die in museum Kröller-Muller hangt. ,,Het is natuurlijk wel een reproductie'', zei hij. ,,Als hij echt was, dan durfde ik daar niet mee over straat te lopen.''

woensdag 10 januari 2018

I don't know but I've been told



Zojuist verschenen hier Arjan Geertsema en cameraman Amar van Dijk, om me vragen te stellen over gender-stereotypering op filmposters, want daar doet hij onderzoek naar, voor een schoolproject. Dat mannen meer vooraan staan op filmposters en meestal ook stoerder, zeg maar. De documentaire die deze twee erover maken wordt binnenkort bij de NHL vertoond.

Arjan is van de generatie die opgroeide met Jurassic Park, vertelde hij. Top Gun en Pulp Fiction zijn twee van zijn favorieten.

,,Wat is jouw favoriet'', vroeg ik Amar, die met de lichten en zijn camera in de weer was. ,,Full Metal Jacket'', zei hij, zonder aarzelen.

Mijn man! Hij bleek ook van andere films van Kubrick te houden, ,,elk beeld is een compositie'', al had hij Barry Lyndon niet gezien.

,,Wat volgt er dan op I don't know but I've been told...'', vroeg ik. Want dat is wel zo'n ding uit Full Metal Jacket dat je bijblijft, wat die Marines ritmisch zingen terwijl ze in een drafje lopen.

Amar dacht er even over na en zei: ,,Ik weet het niet. Ik ben meer van het beeld dan van de taal. Ik weet wel wat ze zeggen als ze met die geweren lopen: This is my rifle and this is my gun, This is for fighting and this is for fun.''

Arjan zat intussen op zijn telefoon te zoeken. ,,I don't know but I've been told air force wings are made of gold'', las hij voor.

,,Die is het niet'' zei ik. ,,Het begint met eskimo.''

Na het filmen vroeg ik Amar of hij het al wist.

,,Eskimo...'', begon ik.

,,Pussy?'', vulde hij vragend aan. Hij zat op de goede weg.

,,Is mighty...'', zei ik.

,,Cold!'', zei hij.

Al met al een mooi Kubrickmomentje.

donderdag 4 januari 2018

Dweilorkesten en babyfoto's



Tijdens een optreden van De Feintsjes, dweilorkest uit Menaam, in Neushoorn ging ik op zoek naar water voor Schumi. In Neushoorn was woensdagavond Iepen Up, een wekelijkse talkshow van Jacco de Boer. Die ging deze keer over schaatsverhalen, vandaar dat dweilorkest steeds.

In de hoek wenkte een jongen me die ik wel eens vaker in Neushoorn had gezien, maar die ik zo eentweedrie niet herkende. Hij pakte zijn smartphone, zocht daar iets op en liet me toen een foto zien van een man, gehurkt in een tuin met een baby op zijn knie. Het was toen blijkbaar fris, want de man had een jas aan, en de baby droeg een muts.

Ik nam aan dat hij pas vader was geworden en me zijn baby wilde laten zien. ,,Mooie baby'', riep ik boven het blaasorkest uit.

Hij bleef me glimlachend aankijken, of hij meer verwachtte. Ik keek wat beter en dacht, die kop van die man, met die kalende plek, en die lange witte jas - die ken ik toch? Dit zou ik wel eens zelf kunnen zijn.

,,Ben ik dat soms? Ben jij die baby?'', riep ik.

Ja, dat was hij. ,,Mijn vader is Wiebe van der Hout'', riep hij. Wiebe is een collega van me.

,,Ben jij Rutger?'', vroeg ik. Ja dus.

We hebben ter plekke de foto nog eens gemaakt. Maar dan dus wel vierentwintig jaar later, gespiegeld, en met een hondje erbij dat op zoek was naar water. Dat is die donkere vlek onderin.

(Onderste foto: Marinthe de Hek)